COLUMNIST

Elke week vertelt acteur, kunstschilder en vader Stephan Evenblij op maandagavond over zijn nieuwe leven met Saartje, zijn eigen kinder surprise waar hij continu door verrast wordt. Wil je geen column missen? Schrijf je dan hieronder voor de Famme nieuwsbrief in en ontvang als eerste Stephan’s column in je mailbox.  Check: www.famme.nl

 

Of lees zijn columns hier!

Introductie: "Per (on)geluk

Voor een vrouw is het moeilijk voor te stellen, maar ik ben onverwacht en ongevraagd ouder geworden van Saartje (3,5), die mijn leven compleet zou veranderen. En ik had geen idee dat het mij het grootste geluk ooit zou brengen. Ruim 4 jaar geleden ontmoette ik een vrouw. We spraken een keer af en hadden een gezellige avond. Geen alledaagse daad, geen misdaad en ook geen straf. Het was gezellig! Maar geen romance, zelfs geen scharrel. Geen liefde en ook geen meerdaags avontuur. Het was ‘gewoon’ een one night stand, no strings attached. Zij was getrouwd geweest en uit elkaar. En ik verliefd op een andere vrouw, die had gekozen voor een ander. Die dingen gebeuren. We namen vriendelijk afscheid, om elkaar vervolgens nooit meer te zien en het was ok. Ruim 10 maanden later kreeg ik ineens een berichtje van haar op Facebook. ‘Hey! Alles goed?’ Ik antwoordde: ‘Ja, prima, met jou?’ ‘Ja, goed hoor! Ik heb net een dochter gekregen!’ ‘Joh! Wat leuk voor je! Is ze niet van mij, haha!’ ‘……’ ‘Hallo, ben je er nog?’ ‘Ha ha??’ Een doodse stilte. Een schok ging door me heen en het enige dat ik kon bedenken was dat ik op haar profiel misschien een foto kon vinden van haar baby. Die foto vond ik. Een meisje. Sarai stond erbij. Mijn enige gedachte was: ‘Dit is mijn kind.’ Ik staarde voor mij uit. Een nieuw bericht. Ze antwoordde: ‘Ik weet het niet.’ Van alles schoot er door me heen! Onmacht! Vreugde! Woede! Ik was compleet van de kaart en had duizend vragen! Hoe dan? En waarom heeft ze niks gezegd! Ik klik Facebook weg. Wat is er gebeurd? Oh ja. We deden het veilig? Toch? Wanneer was dat ook al weer? Hoe heette ze ook al weer? Maar, mijn leven! Wat moet ik tegen mijn moeder zeggen? Wat als dit uitkomt, in de publiciteit? Maar, heb ik dan een kind? Telt het dan ook? Als ik er niks van wist, als ik er niet bij was en haar niet geboren heb zien worden? Een meisje. Maar dan heb ik dus een dochter. En ze heeft een naam. Sarai. Wat een stomme naam, zo zou ik mijn kind toch nooit noemen? Wat gebeurt er? Moet ik nu naar de politie? Moet ik nu betalen? Kan ik haar zien? Is ze lief? Hoe gaat het met haar? Lijkt ze nou echt op mij? Ja, dat mondje, dat neusje. Ja, die twee streepjes onder haar lip en waar haar kin begint, dat heb ik ook! Wat is ze mooi! Ik word gek! Ben ik nu een vader? Hoe moet dat? Wat moet ik doen? Wil ik dit? Ik sta er alleen voor. Maar ik moet er nu toch zijn voor haar? Ik moet haar toch vasthouden? Een poepluier, nee toch? Wie is die moeder eigenlijk? Of ook al weer? Nee, dit is niet echt. Ik verbeeld het me maar. Ze lijkt helemaal niet op mij. Godverdomme, iemand probeert me ergens in te luizen! Ik word gek! Maar als ze dan 12 is, wil ze toch weten wie ik ben? Daar heeft ze recht op. En ik trouwens ook! Sarai, wat een vreselijke naam! Nee, dat kan niet mijn kind zijn. Dan had ik het wel geweten, wel gevoeld. Mijn leven is voorbij. Ik kan niet eens voor mezelf zorgen. Ik wil niks met die moeder te maken hebben! Ze is nog online, ik moet nog wat zeggen. Ik heb haar telefoonnummer niet eens! Waar woont ze? Waar woont mijn dochter? Is ze gezond?  Maar niets van dit alles vroeg ik. Ik haalde een keer diep adem en zei: ‘Nou, dan moeten we maar een DNA-test doen ofzo?’ We hadden een kort gesprek over hoe we dat gingen aanpakken. Ze vertelde me dat ze zelf ook nogal in de war was. Ze was na onze ontmoeting min of meer terug gegaan naar haar ex. Ze ging er eigenlijk maar van uit, of hoopte, dat ze zwanger was van hem. Ze hadden immers al 2 kindjes samen. Maar ze ging twijfelen, toen Saar geboren was. Saar was heel klein, toen ze geboren werd. Kleiner dan zou moeten. Ze had veel haar en was anders dan haar oudere zusjes. Haar ‘vader’ gaf haar aan bij de gemeente. Hij gaf haar een naam. En hij was haar eerste vader. Achteraf kon ik me de twijfel van de moeder van Saar heel goed voorstellen. Al heb ik haar uiteraard vervloekt en ik kon haar wel wat! Maar ieder verhaal heeft twee kanten. Ik stelde me haar situatie voor, hoe pak je zoiets aan? Hoe vertel je iemand dat je kind niet van jou is, maar van iemand anders? Hoe leg je uit dat je met iemand naar bed bent geweest, toen je uit elkaar was. Dat het niets voorstelde en je niet verwacht had, dat je na één keer zwanger wordt. Hoe leg je uit aan iemand met wie je getrouwd bent, maar het eigenlijk helemaal niet meer gaat en je er niets aan kan doen. Maar wacht even. En ik dan? Hoe leg ik mijn moeder uit, dat ik ‘misschien een kind heb..?’ Kan ik ooit nog een gezin van mezelf krijgen? Kan ik dat nog meemaken? Wat is er me ontnomen, of wat is er in m’n schoot geworpen? Een periode van ongeloof, verwarring en onzekerheid volgde. Ik sprak af met Saartje en haar moeder. We zouden zelf de DNA-test doen. Zonder gedoe en officiële instanties. Als wij het maar wisten. Dan zou ik daarna wel zien. Ik woonde in een raar soort pakhuis, helemaal niet ingericht op een kind. In een groot atelier en een dag na een feestje, ontving ik moeder en dochter tussen de lege glazen en asbakken. Ik nam de maxi-cosi aan en gaf moeder een hand. ‘Hi! Drie zoenen dan maar?’ Ik zette de maxi-cosi op tafel en keek naar misschien wel mijn dochter. Voor de eerste keer. Ik pakte haar handje en dacht: ‘Hi Saar. Misschien ben ik jouw papa en hou ik nu al heel veel van jou. Misschien ook niet en dan was ’t leuk om je te ontmoeten.’ Ik nam het wattenstaafje en nam speeksel af van haar zoete wangetje en van mijzelf. ‘Dag Saar! Misschien tot ziens!’  Drie weken later zat ik in een live radiouitzending en moest tot twaalf uur presenteren. Om half twaalf keek ik voor de honderdste keer op m’n telefoon of ik al een email had van de instantie. Daar stond het ineens: een nieuw bericht, ik keek mijn collega aan. Ze knikte en ik sprong op, rende de studio uit naar m’n fiets en ineens zat ik midden in een weiland in het gras. Ik opende de email. In dikke letters stond er: Stephan Evenblij could not be excluded as the biological father of Sarai. Could not? Wat staat er nou? Ik belde de instantie meteen op en ze legde me formeel uit dat dit inhield dat het geteste DNA overeenkwam. ‘Ja, maar ben ik dan dus de vader?’ ‘Ja, als u de test heeft afgenomen wel.’ Ik keek naar de lucht. En op dat moment was ik vader. Ik heb een kindje. Maar ik stond daar alleen. In een weiland. Met een fiets. Geen kindje. Niemand. De meest bizarre ervaring van mijn leven. Nog diezelfde dag spraken we af dat Saar bij mij zou komen. Dat ik haar bij me zou hebben. Binnen 2,5 uur regelde ik een bedje, een flesje, luiers, kleertjes en belde al mijn vrienden en familie. Mijn moeder had al rompertjes gekocht, voor ’t geval dat. Iedereen was er voor mij en ‘mijn Saar’. Ik besloot die nacht alleen met haar te willen zijn en heb alleen maar naar haar gekeken. Alles ging vanzelf. De melk op temperatuur, haar luier op de goeie plek. ‘Saartje, ik ben jouw papa. En ik hou het allermeeste van jou’. En vanaf dat moment was het ook echt zo. Ik was, ik ben, per (on) geluk de gelukkigste vader van de hele wereld.

#1 Kinder Surprise

Ik ben dus nu een vader. Biologisch. Dan heb ik in ieder geval mijn natuurlijke plicht voldaan. Maar nu? De eerste nacht. Dekentje niet over haar hoofdje, er net onder. Uren vechten tegen de slaap, maar uiteindelijk vallen m’n ogen vanzelf dicht. De eerste ochtend mét een baby naast mijn bed. Ik schrik wakker, maar ik hoor niks. Leeft ze nog? Ademt ze nog? Zucht. Ze slaapt gewoon rustig en stil. Een wekker zetten heeft geen zin. Hoe werkt dat? Maakt zij mij wakker of ik haar? Ook haar oogjes gaan nu open, gevolgd door een diepe zucht. Yes. Flesje maken. En nu? Ik zit op de rand van mijn bed en denk aan de toekomst. Wat kan en moet ik nog doen? Hoe moet ik dit aanpakken? Moet Saartje niet bij mij komen wonen? Moet ik mijn carrière maar opgeven en voor haar gaan zorgen? Toch? Alle basisscholen in de buurt al gebeld en onderzocht. Een kinderkamer. En hoe pak ik dat aan met haar achternaam, ze zal uiteindelijk mijn naam moeten krijgen. Die ogen… Die wimpers… De geluidjes die ze maakt als ze droomt. En zie je?! Ze kan al heel goed dingen vastpakken! Wat is ze klein. Het zal wel, ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Haar vingertjes zijn minuscuul en toch herken ik de nagelriempjes. En kijk, ook haar tweede teen is langer dan haar grote teen. Net als bij mij! Wat is dit toch wat ik voel, diep van binnen? Ik geloof dat ik het weet. Ik ben trots. Trots op haar hartje dat klopt. Op haar beentjes, haar haartjes en op hoe goed ze drinkt. Trots op dat ze er is en bestaat! En ik merk dat de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt eigenlijk heel prettig aanvoelt. Ik ben er wel aan toe om nou eindelijk eens volwassen te worden. Vanaf vandaag leef ik niet meer alleen maar voor mezelf. Dat moment dat ze voor het eerst naar me lacht en haar kleine handje om mijn duim heen krult, zo onwerkelijk en tegelijkertijd zo wonderlijk. Ieder wimpertje heb ik geteld, elke beweging geanalyseerd. Werkt alles? Kan ze straks praten? Vanaf welke leeftijd gaan kinderen eigenlijk praten? Ik weet echt helemaal niets van kinderen. Kan ik dan ooit echt een gesprek met haar hebben!? Wat zou dat fantastisch zijn! Welke kleur krijgen haar ogen uiteindelijk? Ik zie donkerblauw, groen en bruine streepjes. Ik denk aan hoe ik mijn hele leven geen vader was, maar alleen een vader nodig had. En hoe anders alles vanaf vandaag zal zijn. Hoe gek het ook klinkt, maar ik heb het zo gezellig met haar! En hoe bizar deze situatie ook begonnen is – ineens een kindje in je schoot geworpen krijgen – het ís je kind, je eigen bloed. Het is familie. En dat voel ik. Saar is eigenlijk als een Kinder Surprise ei: De chocola was er weliswaar al van af; de verrassing is zeker zo leuk.

#2 Rompertje

‘We staan samen op. Douchen. Serieus, hoe moet dat? Kan ik zo’n teer popje gewoon in mijn armen meenemen onder de douche? Nee…. die moet in een badje. Dat heb ik nog niet. Ik douch vandaag dan maar niet en was haar voorzichtig in de wasbak. Dit lukt wel. Gewoon voorzichtig. Overal handdoeken. Kleertjes liggen klaar. Luiertje om. Check. En dan een rompertje. Ik heb tien minuten gezocht naar de gebruiksaanwijzing. Saartje begint ongeduldig te worden onder de zachte handdoeken. Moet ‘ie van onderen? Ik geloof dat hij zit. Sokjes, broekje, truitje en een mutsje. Ze begint te huilen! Waarom? Flesje? Meer drinken, Saartje? Ik kauw een banaantje voor en als een aap voer ik haar van mond tot mond. Ze is rustig.’ ‘Normaal gesproken krijg je dan misschien negen maanden de tijd, om je enigszins voor te bereiden op wat je te wachten staat. Voor de uitvoering heb je die niet nodig, dat gaat vanzelf. Maar diep van binnen moeten dingen natuurlijk nog echt op hun plek vallen. Je gaat anders denken. Ik kan niet meer zomaar alles doen, waar ik zin in heb. Ik denk nu wel twee keer na voordat ik op de motor stap, of als iemand me link aankijkt. Ik kan niet meer even naar de winkel, ’s avonds. Ik kan dus overdag niet meer even iets vergeten bij de supermarkt.’ ‘We gaan naar buiten. En nu pas valt me op wat een ongelooflijk onpraktisch pand dit is, met een veel te hoge opstap en een deur die alleen naar binnen draait. De kinderwagen is buiten en ik leg Saar er voorzichtig in. Ok, hier ga ik. Na twee stappen bedenk ik dat ik nu een vader ben die met een kinderwagen loopt. Ik kijk om me heen of iemand me ziet en ga rechtop lopen en laat een hand los. Een beetje man loopt toch maar met één hand achter de kinderwagen?’ ‘We lopen langs de winkels. Ik betrap mezelf op een big smile. Ik zwaai maar naar iedereen en krijg vrolijke en verbaasde blikken. ‘Huh, heb jij een kind?’ ‘Ja! Een dochter’, zeg ik vrolijk en aan het eind van de straat heb ik zeker twaalf mensen op hun achterhoofd zien krabben. En m’n lach wordt alleen maar groter. We lopen langs kerken, langs winkels, langs bomen, langs gezinnen en vogels. Ik zie zoveel dingen, die me al zolang niet meer waren opgevallen. ‘Kijk Saar, dat zijn wolken! En de lucht is blauw. Blauw is een kleur.’ Ik draai door in het vader zijn en realiseer me dat ik niet eens meer weet waar we nou ook al weer naar toe liepen.’ ‘Ik ben vader! Ik kan nu beamen dat er nooit een ideale tijd is om een kind op de wereld te zetten. Je kunt je niet voorbereiden op het zijn van een ouder, alleen op het krijgen van een kind. Je bent nooit te jong, te oud, of ‘nog niet klaar’ voor een kind. Je bent het, als het zo ver is! Een droomscenario zal het nooit worden. Voor niemand. Er is altijd wel iets. Het moest zo zijn. Langzaam dringt tot me door dat dit voor de rest van ons leven zo zal blijven. Papa en dochter. En ik ben er blij mee.’

#3 De deurbel wordt lastig

‘Saar was klein toen ze werd geboren. Ook ik vond haar klein, maar in mijn ogen was iedere baby dat. Op de 20 weken echo was destijds wel iets gezien, maar dat was vaag en moest nog blijken, hoorde ik achteraf. Ik heb er geen aandacht aan besteed, alles deed het en Saar was prachtig. Niks mis mee.’ ‘Dus toen ik gebeld werd door de moeder van Saar met de mededeling: ‘Ze heeft achondroplasie’, hoorde ik haar dat wel zeggen, maar had ik geen idee wat het inhield. ‘Ze is klein.’ ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik. ‘Dat weet ik toch?’ ‘Ze blijft klein. Ze is een lilliputter, zeg maar.’ Nog steeds deed het me niks. Misschien verbaast je dat, maar het enige wat ik dacht was: ‘Al was ze 5 cm lang, het maakt mij niet uit. Ze is er.’ Natuurlijk hield het me wel bezig en sprak ik er over met vrienden en familie. Achondroplasie, dwerggroei, wat houdt dat nou werkelijk in? Waar zal Saar later tegenaan kunnen lopen? Waar moet ik me op voorbereiden? Moet ik dingen aanpassen in mijn huis? Is dat eigenlijk wel iets waar je last van hebt? Of ben je dan gewoon klein? Ik sprak af met Jeroen -letterlijk een kleine vriend- ervaringsdeskundige, zeg maar. We zaten samen op een terras toen ik hem vroeg of er dingen waren die hij had gemist, of moeilijk vond in zijn jeugd als klein mens. Wat kon ik anders of beter doen dan zijn ouders? ‘Steeph’, zei hij, ‘Ik vergeet het gewoon vaak dat ik klein ben.’ Ik glimlachte. ‘Tot ik merk dat ik meestal niet bij de deurbel kan!’ Ik schoot in een enorme lach! Het contrast van zijn korte voorkomen naast die grote dikke beer, die zaten te schaterlachen op dat terras, moet een grappig gezicht zijn geweest. En toen had ik het: het is gewoon een sprookje! Saartje is klein. So what?! Ík ben dik! Ze is gezond en mooi. En lief! Natuurlijk maak ik me wel eens zorgen. Zal ze op een dag aan me vragen: ‘Papa, waarom ben ik zo klein?’ Dan zal ik iets antwoorden als: ‘Tja, waarom zijn je wimpers zo lang? Ik weet het niet, maar ik ben blij dat je er bent! En je hebt zoveel dingen wel!’ Van haar lengte moet ze het niet hebben, dat staat al vast. Maar uiteindelijk heeft iedereen wel wat. En het is aan mij om haar de liefde en het inzicht te geven dat het leven niet draait om je lengte, je kleur of hoe dik of dun je bent. Maar hoe groot je glimlach is als je ’s morgens wakker wordt en je kunt zeggen: ‘Ik ben blij dat ik er ben!’ ‘When you arise in the morning think of what a privilege it is to be alive, to think, to enjoy, to love …’ ― Marcus Aurelius

#4 Nestliefde

Moeder Natuur is me er eentje. Hoe een mens vol wetenschap nog steeds verrast kan worden door de kleinste dingen. De lente zien geboren worden, is voor mij altijd zo’n ‘besefmoment’. Dat alles weer gaat bloeien om je heen. Ik verbaas en verwonder me altijd weer en over hoe dat toch iedere keer gebeurt. En hoe cliché ook, hoe ouder ik word, hoe meer ik van deze kleine dingen geniet. Toen ik 13 was overleed mijn vader. De dood is na het leven de tweede grote les die je leert. Die komt. Onherroepelijk. Maar of een leven zich aandient, weet nooit iemand zeker en al helemaal niet wannéér. Ik ben met de komst van Saartje natuurlijk enigszins door de omstandigheden overrompeld. Zoals een beer z’n hol zorgvuldig uitkiest, of een vogeltje dat met takjes een prachtig nest, maakt als voorbereiding op het zich nieuw aandienende leven, die natuurlijke start had ik niet. Ik heb dat eitje dus niet zien kraken, geen navelstreng doorgebeten. Maar voor de rest is het voor mij precies hetzelfde geweest als voor iedere andere kersverse vader. Een kind, een nest. Voor de rest gaat alles toch vanzelf? Althans: voor mij. Het is voor mij vanzelfsprekend dat warmte en liefde de belangrijkste ingrediënten zijn in een opvoeding van een kindje. Voor mij was het, na de eerste schrik van het nieuws dat ik ineens een kind heb, heel logisch te willen weten wie mijn kindje was en vooral wie ze zou gaan worden. Ik stelde me voor hoe ze de wereld zou bekijken als ze ouder was, hoe ze de winter zou zien vertrekken en er ineens blaadjes aan de bomen groeien in de wetenschap dat ze maar één vader heeft! En dat ben ik. Als ik denk aan mijn eigen vader en hoe ik naar hem keek toen ik zelf een kind was, hoezeer ik van hem genoot en alles kopieerde wat hij deed, hoeveel ik van hem hield en hoe sterk die liefde was en nog steeds is. Ik wilde zijn zoals hij. Wanneer mensen mij vroegen wat ik later wilde worden, was mijn antwoord steevast: ‘Hetzelfde als m’n vader, natuurlijk!’ In mijn geval was dat interieurarchitect. Maar al was hij astronaut, of brandweerman, dat had natuurlijk niets uitgemaakt. Het opkijken naar je ouders, los van voorkeur voor vader of moeder zit, denk ik, in ons bloed. Het maakt de mens zo uniek. Het gevoel dat je kunt hebben voor je ouders is je eerste beleving van liefde. Het moment dat je je dat realiseert als kind, wordt de liefde geboren. Die liefde draag je de rest van je leven bij je. Geen twijfel mogelijk: ik zal er zijn voor mijn kind. Op het moment dat dat kwartje viel, was de band er met Saartje. Ik herkende iets, iets van vroeger. Iets dat ik al op jonge leeftijd ervoer. Ik heb mijn vader dan wel op jonge leeftijd verloren, maar ben in de loop der jaren alleen maar meer van hem gaan houden. De dood verwijdert mensen van het leven, maar niet van de liefde. Nooit. Met de komst van Saar in mijn leven, ben ik boosheid op Moeder Natuur, om het verlies van mijn papa verloren. Het voorbeeld dat hij voor mij was, wil ik nu zijn voor haar.Zoals de overgang van een seizoen, werd ik verzoend met iets wat mij altijd op de been houdt: Nestliefde. Van huis uit meegekregen. Gratis en voor niks. Bedankt mama (natuur)

#5 De papa van Pippi

De moeder van Saartje en ik moesten uiteraard even zoeken naar een manier om de opvoeding van Saar goed te laten verlopen en na een paar hobbeltjes ging dit bijzonder goed. We hebben in de loop van de tijd een mooie vriendschap opgebouwd en eigenlijk loopt alles inmiddels op rolletjes.Een ouderschap op basis van vriendschap en gezond verstand. Alles in het belang van Saar. Afgesproken is dat Saartje minstens om het weekend bij mij is en als het uitkomt vaker. Gelukkig gebeurt dat in de praktijk ook en hoef ik haar niet te veel te missen. Want missen doe ik haar, als ze niet bij me is. Een van de eerste weekenden dat Saar bij me kwam, legde ik haar met haar hoofdje op mijn borst. Het paste precies, als het muiltje van Assepoester. En ik voelde dat het zo moest zijn, dat wij bij elkaar horen. Het gaf ons allebei het gevoel van warmte en sereniteit. Haar koppie onder mijn kin en mijn armen om haar heen brachten mij in een evenwicht wat ik nog niet kende. Voor ik Saartje in mijn leven kreeg was ik niet stabiel en enorm zoekende, bezig met wat ik nog meer van het leven wilde. Zij bracht mij in balans, door er alleen maar te zijn. Alleen: ik merkte bij mezelf, dat elke keer als ik haar een beweging zag maken, een poging tot rollen of kruipen, de eerste geluidjes en pogingen tot contact maken, ik hardop zei: ‘Kijk dan! Kijk nou wat ze allemaal kan.’ Maar er was niemand om het mee te delen. Er was niemand die het zag. Die dag bekroop mij ook een gevoel van leegte. Dat ik het enorm miste om al dit moois – deze traktaties van minuscule, letterlijk en figuurlijke kleine stapjes, die zó gelukzalig makend zijn, dit schouwspel van liefde en leven – met iemand te delen. Maar ik heb het allemaal gezien, Saar! En deelde deze onvergetelijke momenten, met jou! En ik kan niet wachten je verder te zien groeien en uitbloeien tot een geweldige vrouw, die met een kleine gestalte in staat is tot grootse dingen. Een vrouw, waarbij je de wind voelt blazen als ze met haar lange oogwimpers knippert. En ook hier werd de cirkel weer rond. Daar waar ikzelf vroeger zo graag op mijn vader wilde lijken, zo is het nu een feest van herkenning bij Saar. Ze is een echte Evenblij. Ze lijkt nu al in zoveel opzichten op mij dat ik soms denk dat ik overal bij zou moeten zijn, omdat ik zoveel herken en dus haar dan op de juiste manier kan sturen. Maar ze doet alles al zo goed. Het is zo’n ongelooflijk vrolijk en bijzonder meisje. Haar goede humeur is inspirerend voor me. Was iedereen maar zo. Wat was de wereld dan gezellig geweest. Af en toe voel ik me nog wel een beetje de papa van Pippi Langkous, die soms schittert door afwezigheid, maar het is oké en het is genoeg. Ik ben meer dan een ‘weekend papa’.

#6 Een lichtpuntje

Een kleine tien jaar geleden, toen ik 26 was, speelde ik in de serie “De Hoofdprijs” een vader van twee kinderen in een puberleeftijd. Blijkbaar was mijn personage er vroeg bij. Ik kon me daar niks bij voorstellen. Ik deed wat ik wilde, kon gaan en staan waar ik wilde en niemand die ik iets hoefde uit te leggen. Wat had ik dan wel niet allemaal moeten missen? Wat kinderen betreft en de keren dat ik er over nadacht ze zelf te willen, heb ik altijd een dubbel gevoel gehad. Als kind zag ik mezelf wel als een vader. Een man die zou gaan trouwen en dan wilde ik wel 3 kinderen. Twee jongens en een meisje. Denk een beetje de standaard wens, het bekende cliché huisje-boompje-beestje. Hoewel ik als jonge man, daar toch steeds anders over ging denken. Ik begon immers aan een acteurs carrière. Lange dagen, korte nachten. Van de filmset naar theater en weer terug. Ik speelde tientallen rollen en stapte vier keer per week. Ik was enorm vrij. Een vrije jongen, zoals we dat in Den Haag noemen. Ik reed motor, woonde dichtbij het strand en ging alle feestjes af. Het was een periode van seks & Rock ’n Roll, maar zonder de drugs. Die vrijheid was mij alles waard. Ik vond het heerlijk om geen verantwoordelijkheid te hebben, of iets te moeten. Ik dacht dat, als ik eenmaal kinderen zou hebben, daar wel een einde aan zou komen. Het tegendeel is waar. Je vrijheid is je lief, zolang je niets beters hebt waarvoor je leeft. Iets beters om voor te leven, wat is dat dan? Ik geef toe dat ik, toen ik aan het idee begon te wennen dat ik vader ben, vaak genoeg bang ben geweest. Bang om mezelf, mijn vrijheid kwijt te raken. Ik durf inmiddels wel te zeggen, dat Saar het beste is wat mij is overkomen. Wat is dan vrijheid, om niets te hoeven, waard als je het diepste van je ziel kunt aanraken en je compleet voelt wanneer je je kindje kunt aankijken en het naar je lacht? Die ervaring is alle vrijheid waard. Maar het gekke is, dat je je dat pas kunt voorstellen, als je zelf een kindje hebt! Juist de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt en de discipline die je nodig hebt om een kindje te gaan opvoeden hebben me rustiger gemaakt. Rustiger in mijn hoofd. Ik moet veel meer, maar ik hoef veel minder. En toch ben ik veel dichter tot mezelf gekomen. Ik heb nog steeds dagen dat ik niks hoef. Vroeger zou ik tot 12 uur in m’n nest hebben kunnen liggen rotten. Tegenwoordig sta ik vroeg op en vind ik het prettig mezelf nuttig te maken. Ook als het niet hoeft. En daardoor is gek genoeg alles een beetje lichter geworden. Makkelijker. Ik ben sneller tevreden en geniet dus meer van de kleine dingetjes van het leven. Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen hoe het is om niet een vader te zijn. En dan bedoel ik niet, dat ik elke dag, de hele dag- loop op te voeden. Vader zijn, ben je in je hart. Het lijkt wel alsof er een lichtje schijnt in mijn hart, sinds Saartje er is in mijn leven. Een klein sprookjesachtig vuurtje, om nooit meer te kunnen doven. Vrijheid op zichzelf is niks waard. Wat heb je aan vrijheid, als je het niet kunt delen met diegene, waar je van houdt?

#7 Grijze haren

‘Voor je het weet ben je de dertig gepasseerd’ hoorden we vroeger. Met jeugdvrienden fantaseerden we in die tijd over ‘hoe onze kinderen samen zouden gaan opgroeien’. Ze zouden op dezelfde school gaan en op dezelfde plekken spelen. In de voetstappen van pa. We riepen: ‘wat gaat het toch hard, zo richting de dertig’. Een cliché, dat is waar, maar wel het enige dat klopt! En plots ben ik ineens die dertig ruim gepasseerd. Een paar jeugdvrienden, die ik zo nu en dan spreek, hebben al kinderen. Voor de rest is álles anders gegaan, anders dan ik me ooit had voorgesteld. Ik weet nog nét wat namen van de geboortekaartjes die (op gedrukt extra mooi, dik papier) op de mat vielen. Maar welk kindje nou ook alweer bij wie hoorde…? Joost mag het weten. Het is echt geen desinteresse hoor! Het loopt gewoon zo. Vrienden waar ik vroeger alle geheimen en avonturen mee deelde, hebben inmiddels allang een eigen leven. En andersom uiteraard net zo. Als kind had ik me altijd voorgesteld, dat als ik een kind zou krijgen, ik het van de daken zou schreeuwen. Dan zou iedereen het weten! Maar ook hier vielen de reacties op het heuglijke nieuws, dat mijn firstborn op aarde was gekomen, bijzonder tegen. En al helemaal bij mijn inmiddels 3e graads vriendengroep van vroeger. Natuurlijk, directe naasten komen langs en zijn betrokken. Op Facebook krijg je wel reacties. Maar uiteindelijk: No one cares! Het kan andere mensen eigenlijk niet zo heel veel schelen dat je een kind hebt. Het is voor iedereen eigenlijk maar de normaalste zaak van de wereld, dat je je voortplant. Toch is het opmerkelijk, dat zoiets ingrijpends voor jou, zo weinig indruk maakt op anderen. Maar, hallo?! Ik heb toch een ‘mensje’ op de wereld gezet? Het leven gaat voorbij, voor je het door hebt, ben je die man waar je ooit over fantaseerde al lang voorbij. Dat ik inmiddels grijze haren heb gekregen is bijzaak. Hoe dan ook, ik realiseer me: ‘ik ben niet jong meer’. Voor ik het weet, is het Saar die met een vriendin praat over de toekomst en haar eigen kroost. En in gedachte stel ik me voor dat ik net zo jong ben als Saartje die voor het eerst fantaseert met vriendinnen over haar eigen toekomstige kinderen. Ik hoor ze aan en sta op het punt om het gesprek te onderbreken en wil haar vertellen: “Saar, het leven gaat zo snel..”. Ach, laat ook maar. Laat haar daar zelf maar achterkomen, denk ik. Voor ze ‘t weet is ze zelf grijs en schrijft een verhaaltje over haar eigen kleine kleinkinderen.

#8 Ze is klein, ik weet het

Ben ik nou gek? Of zie ik het nou verkeerd? Saartje is toch écht écht knap?! Of zie ík dat alleen? Omdat het mijn dochter is, misschien? Soms denk ik er wel eens aan, hoe ze er later uit zal gaan zien. Vaak zie je dat kleine mensen, in vergelijking met ‘normale lengte’ mensen, een groter hoofd krijgen. Een hoog voorhoofd, een ingedeukte neus en kaak flink naar voren. Er zitten, net als bij ieder formaat mens, goed en minder goed gelukte versies bij. Kijk naar Peter Dinklage (Tyrion Lannister uit Game Of Thrones). Wat een prachtige en stoere kleine man en wat een goed acteur. Ik maak me soms zorgen, over wat mensen denken als ze Saar voor de eerste keer zien.Als ik met Saartje over straat loop – of ze nou in de kinderwagen zit of naast me loopt. Ik zie áltijd mensen kijken. Ze kijken langer naar haar, dan noodzakelijk, en negen van de tien keer verschijnt er dan een grote lach op hun gezicht. Dan denk ik: ‘Jaha, ze is klein.’ Wat denken ze nou? Ik word dan bijna boos. Maar ik ben er nu achter dat het iets anders is dan dat. Saar is enorm ontwapenend. Haar koppie, ogen en uitstraling zijn echt iets waar mensen blij van worden. Alles komt een beetje later op gang bij kindjes met achondroplasie. Het zwaartepunt ligt ergens anders, dus gaan ze later rollen, zitten en zien de wereld langer vanuit liggende positie. Ik loop mensen voorbij op straat, met Saar aan de hand. Ze is net 2,5 en heeft nét haar eerste stapjes gezet. Ik moet een beetje schuin lopen, om haar hand comfortabel vast te houden. We hebben vanaf dat ze een beetje kan lopen, een eigen manier gevonden hoe we onze handjes vasthouden. Zij houdt mijn wijsvinger stevig vast en mijn duim en hand gaan om haar pols en handje heen. Zó kan ze never nooit niet vallen en door m’n handen glippen. Weer loopt er iemand voorbij. Wéér zie ik ze kijken vanuit hun ooghoek. Iemand kijkt naar Saar en ziet dat er ‘iets’ is met haar. Nog een seconde langer kijken. Mijn wenkbrauwen gaan langzaam naar standje boos. ‘Er is iets anders, maar ik zie niet wat.’ Ik zie het ze denken. Nog twee seconden langer. Dit wordt gênant… Maar daar is de lach, een glimlach. En ik zie nu waarom ze lachen! Ze denken: ‘Ahw, wat schattig, wat een lief meisje!’ En ze hebben gelijk, neem het ze eens kwalijk, dat ze langer kijken. Ik had hetzelfde gedaan. En dan zien ze mij. Naast Saartje een gigantische grote vent. Ik kan het wel ontkennen, maar dan verwacht je toch ook eigenlijk wel een circusact, met zo’n contrast! En ik merk bij mezelf dat ík een vooroordeel heb over mensen die voorbij lopen. Namelijk dat zij een vooroordeel hebben. We hebben allemaal wel wat! We hebben plussen en minnen. Ikzelf ben ook opvallend en alles behalve standaard. Maar ik voel me zeker van mezelf! Van mijn postuur moet ik het niet hebben, zeg maar. Fuck it! Zeker weten dat Saar zich gaat redden in deze wereld. Klein, maar zoveel meer…

#9 Het Weekend

Wat kijk ik uit naar het weekend, dat ik Saartje weer bij me heb. Ik krijg de dag ervoor een soort kriebel in m’n buik. Alsof ik een afspraakje heb! Ze komt morgen! Ik kijk er zo naar uit, omdat ik het zo fijn heb met haar. Of we nou lekker op de bank gaan liggen met een filmpje, of naar de kinderboerderij gaan. Het is altijd gezellig en prettig om met haar te zijn! Zo’n band met je kind, is met niks anders te vergelijken. Ik zie Saartje in praktijk om de twee weken en dan meestal vier dagen. En in die vier dagen, probeer ik het zo leuk en fijn mogelijk te hebben voor Saar. Zodat ook zij altijd iets heeft om naar uit te kijken. Ik vind het zo knap dat ze binnen no time, overal de weg maar ineens kent, naar het park, of in de supermarkt. ‘Hier, kom maar! Hapje halen, papa? Kom je?’ Ze is echt mijn soulmate. Mijn steun en toeverlaat. Als ik het moeilijk heb, dan denk ik aan haar. Ze geeft me kracht en motivatie. En voor ik het weet, gaan twee mondhoeken omhoog en hoppa. Hier zit een blije papa. Maar aan de andere kant probeer ik ook duidelijk grenzen aan te geven en consequent te zijn . Misschien zelfs wel een beetje streng. Dat heb ik vanaf het begin gedaan en dat werkt heel goed. Ze luistert ook heel goed naar me. Of misschien begrijpt ze me gewoon heel gemakkelijk. Het is moeilijk om streng te zijn voor een meisje als Saar. Ze hoeft me maar een keer aan te kijken en ik ben verkocht. Die ogen! Die blik! Dan zegt ze: ‘sjokolaa lekker?! Ja?’ Probeer dan maar nee te zeggen. Zeker omdat ik haar niet vaak zie, dan wil je haar verwennen en ontzien. Dan wil je toch dat ze zich vertroeteld en verwend voelt. Maar ik moet tegen mezelf blijven zeggen dat ik geen suikeroom ben! Ik ben haar vader en ik moet de grenzen aangeven. Ook als ze straks naar school gaat, zal ze proberen van alles voor elkaar te krijgen, met die puppy oogjes. En mensen zullen sneller geneigd zijn haar te helpen, gezien haar kleine gestalte en hoog ‘ah wat schattig’ gehalte. Maar ze moet leren dat ze in principe alles zelf kan en moet leren! En daarom moet ik aan de lange termijn denken en zorgen dat ze goed weet wat kan en niet. Maar soms… Soms, dan kan ik het niet laten. Dan laat ik alles los. Dan mag ze doen wat ze wil en krijgt ze alles waar ze om vraagt. Dan is het pak tissues op de tafel goed voor een kwartier sneeuw en mag alles de lucht in. Dan zingen we voor de duizendste keer samen mee met “Let it go” van Frozen. Dan mag ze 43 keer die aflevering van Thomas het treintje kijken. Dan zijn we gewoon twee mensen die ongelooflijk veel lol hebben. Wat een bizar mooi cadeau is zij voor mij. Een mini me, maar dan een meisje. Vooruit. Maak ik em zelf een keer. Wat een flauwe grap. Zijn wij even blij.

#10 Penguïn is saai

En ineens kon ze praten. Zo heb ik dat echt ervaren. Het was 3 weken geleden dat ik Saar voor het laatst gezien had. Tot dan toe had ze wel al wat woordjes gezegd. Papa, oma, eten, ja en nee. Maar dit keer was er echt iets veranderd. Ze kwam mijn straat ingelopen en aan de andere kant stond ik. Ik ging door m’n knieën om haar letterlijk op te vangen. Serieus, een hereniging van een geliefd stel uit ‘All you need is love’ was er niks bij. Wat een ongelooflijk weerzien. Ze zei niet meer als een baby papa, maar; ‘Papaaaa’! Met een toon: ‘Wat ben ik blij om je weer te zien!’ Haar woorden kregen ineens waarde, omdat ze er een emotie aan verbond. Ik begon te huilen. Niet alleen omdat ik haar gemist had. Niet om nu voor het eerst te horen dat ze ook mij had gemist. Maar om nog zoveel dingen meer! Ik dacht: ‘Ze gaat vanaf nu echt leren praten!’ Dat betekent dat we ooit misschien wel goeie gesprekken kunnen hebben en dat ze dus ook kan luisteren. Ze kan nu, wat de mens zo uniek maakt. Wat mens van dieren en andere levende wezens onderscheidt. Ze kan communiceren met woorden! Ze kan leren. Ze kan naar alle verhalen die ik haar zo graag wil vertellen, luisteren. Caramba! Wat een geluk, genot en trots voelde ik. En ik druk haar nog steviger tegen me aan. Wat fijn dat je er bent, m’n Saartje van papa! Vanaf dit moment wordt alles anders. Het was bijzonder tot nu toe natuurlijk en we konden al van alles delen, maar het idee, dat ik vanaf nu echt iets kan zeggen tegen haar. Dat zij straks kan zeggen of ze honger heeft, of moe is. Of iets stom vindt, of lief. Vanaf nu wordt het echt leuk voor papa, want papa is dol op communiceren! Die avond heb ik zo m’n best gedaan met voorlezen. Waarschijnlijk heeft nooit iemand zo fanatiek Doornroosje voorgelezen als ik die avond. Met het idee dat ze het sprookje nu misschien nog iets beter begrijpt. Halverwege kom ik er achter dat ze al slaapt. Mijn Doornroosje. Zachtjes doe ik het boekje dicht en sluip stilletjes weg. Ik doe het licht uit en hoor ineens ‘licht aan, papa?’ De volgende dag zitten we aan tafel te ontbijten. We kijken elkaar aan en lachen naar elkaar. Nooit gedacht dat ik een glimlach onder de chocopasta de mooiste lach ooit zou vinden. Ze wordt zo opgehaald. En dat voelen we allebei aan. Ze wordt vervelend en recalcitrant. Ik zeg: ‘komt wel goed, Snaartje’ (want zo noem ik haar vaak). ‘We zien elkaar gauw weer! Dan ga ik je weer nieuwe verhaaltjes voorlezen en nieuwe woordjes leren.’ De bel gaat. ‘Bim bim mee?’ Vraagt ze. ‘Blijf alsjeblieft altijd Bimbim zeggen’, denk ik. Pinguïn is saai. Op een dag, lieve Saar. Dan leg ik je uit wat tranen van geluk zijn. En hoe jij ze mij hebt gegeven

#11 Tot Sinas

Een oma, dat zijn twee moeders in een. Dat kan niet anders. Toen mijn moeder Saartje voor het eerst in haar armen kreeg, zag ik voor me, hoe ze mij voor het eerst dicht tegen zichzelf aanhield. De liefdevolle ontmoeting tussen die twee was overweldigend. En zo heb ik een band tussen mijn moeder en Saartje zien ontstaan, die net zo liefdevol en intens is als tussen ouder en kind. Oma herkende haar eigen DNA in de ogen van Saartje en realiseerde zich dat ze nu ook via dit nieuwe leven zal voort zal blijven bestaan. Wat was dat een machtig moment om mee te maken. Mijn moeder was not amused, toen ze hoorde dat ik eventueel misschien een alleenstaande vader zou worden, zonder vanaf dag een samen een baby op te voeden. Een ouder wil het beste voor zijn of haar kind. Je wilt niet dat je eigen kind van de een op de andere dag alleen een kind moet gaan opvoeden, zonder samen te zijn. In mijn geval wist je al zeker, vanaf dag één dat Saar niet onder een “normale gezinsomstandigheden” zou gaan opgroeien, dus mijn moeder was in eerste instantie bang en boos. Ik vond dat moeilijk om te horen, want ik zocht juist naar steun in deze toestand. Maar ik realiseer me nu pas, dat toen ik het mijn moeder vertelde, ik slechts haar kind was. Er was nog geen beeld bij, van mij als vader, of van Saar als kleinkind. Oma’s zijn zoveel meer dan alleen een oppas, of makkelijk adres waar je je kind even kan droppen, “als je wat moet doen”. Oma’s (en opa’s) zijn eigenlijk onmisbaar voor ieder opgroeiend kind. Het is mooi om te zien, hoe vanzelfsprekend oma een boterham met hagelslag klaar maakt voor Saartje, haar voorleest of in badje doet. Inmiddels zijn ze nu net dikke twee vriendinnen, die dol zijn op elkaar. Wat hebben Saartje en oma een lol samen. Ze zijn uit hetzelfde hout gesneden. Het zijn soulmates, waarbij leeftijd geen rol meer in speelt. Ze zijn complementair aan elkaar. Saartje kijkt heel erg op tegen oma en luistert goed. Als Saar en ik ergens weggaan, zeggen we altijd: “tot sinas”. Dat doen we al jaren. En dan roept ze vol overgave tot sinas in een volle winkel. Behalve bij oma! Mag niet tot sinas zeggen! Mag niet van oma, papa!, zegt Saartje dan. Dan zegt ze: “Tot ziens oma! Bedankt en tot de volgende keer, oma! Kommil foo! Goed zo Saar. Luister heel goed naar je oma. Dan wordt je een keurig klein, liefdevol en gek vrouwtje. En kijk dan soms naar boven en bedenk je dan dat opa jou heel goed kan zien. En met een grote glimlach roept hij: “Tot sinas, Saar! De groenten, opa! Of het nou een baby olifant, een kikkervisje. Een sneeuwaap of een gorilla. Ze hebben allemaal ouders, die hun best doen om hun kindje veilig te houden en zo goed als het maar kan op te voeden. Veel te snel gaan de kinderjaren voorbij en zullen ze gaan ontdekken dat het tijd is om hun eigen weg te vinden in de wereld. Maar waar zouden kinderen zijn, zonder de universele wijsheid en liefde van hun grootouders ?

 

#13 Saar en Saar

Op een zomerdag in 2013 kwam een Haagse ooievaar aangevlogen, met een bericht voor “papa” Stephan Evenblij. Ik vroeg of hij niet helemaal lekker was?! “Nee, meneer, zei hij. Ik doe ook maar m’n werk! U heeft echt een dochter, een hele bijzondere!”Hij schudde me de hand en ik dacht: “ja, het zal wel”. Vanaf dat moment kwamen er wonderen binnen stromen in mijn leven. Van alle dochters die je kan krijgen, heb ik de mooiste, liefste, gekste en meest bijzondere. En de kleinste! Of toch niet? Van alle kinderen die geboren worden, per jaar in Nederland, heeft 1% achondroplasie. (Achondroplasie is een groeistoornis; de meest voorkomende vorm van dwerggroei.) In de eerste weken, leefde ik uiteraard op een roze wolk. Ook in mijn dagelijkse leven, waar ik Saartje niet altijd bij me had, was ze aanwezig in mijn hoofd. Op een dag in de supermarkt sta ik in de rij te wachten, achter een moeder met een blond kindje. “Het is net Saar dacht ik”. Een andere kassa ging open en sloot aan bij de kortere rij. Ik keek normaal naar het blonde kindje en dacht: “zie ik dit nou goed?”. Ik had me net enorm verdiept in dwerggroei, kleine mensen en had net een documentaire gekeken over “kleine Julia”. Is dit mooie blonde meisje nou ook klein? Ik wilde niet te lang kijken en rekende af. Eenmaal buiten, dacht ik: “ik moet het vragen! Hoe gênant ook, ik moet zoveel mogelijk leren en vragen”. Buiten de supermarkt stond ik nonchalant tegen een paaltje te wachten, tot moeder en dochter naar buiten zouden komen. Ik voelde me een straatnieuwskrantverkoper, maar deed toch een stap hun richting op. “mag ik je wat vragen?” Ja, natuurlijk , zei de moeder. En ik vroeg het recht op de vrouw af: “heeft jouw dochter misschien achondroplasie?” Achondroplasie… Wat een woord. Stel ze heeft het niet! Wat heb ik dan nu gezegd? Beledig ik ze dan misschien? Achondroplasie?! Waarom zei ik niet iets anders? Wat een woord, het lijkt wel de hoofdstad van een of ander sprookjesland. “Ja, zei ze verbaasd” Met een blik van, hoe ken jij zulke moeilijke woorden? “waarom wil je dat weten?”, vroeg de moeder van het kleine blonde meisje. “Nou, het zit zo.. ik heb namelijk zelf net onverwacht een dochter gekregen…” Goed bezig, Evenblij.. dacht ik. Heb je enig idee hoe dat kan overkomen “ik heb net namelijk zelf onverwacht een dochter gekregen..” Niemand krijgt onverwacht een dochter, behalve jij. Dacht ik. Ze glimlachte. En vanaf dat moment was het helemaal niet ongemakkelijk meer. Niet iedereen kent dat woord achondroplasie en ze begreep, dat ik wist wat het was. En ik vertelde “in het kort” mijn verhaal. Ik sprak over Saartje. En haar dochter was ongeveer een jaar ouder dan de mijne, kwam ik achter. En ineens sprak de moeder ook over “Saartje”. En de spraakverwarring werd bijna onplezierig. Ik dacht wat nou, Saartje is hier geboren in Voorburg en gaat naar specialisten in Utrecht. Van de 1% kleine mensen met dwerggroei die per jaar in Nederland geboren worden, heet dit kleine blonde meisje, die aan het einde van onze straat woont….. ook Saartje! Van al het toeval en geluk wat mijn leven in stroomde, kwam dit ongelooflijke verhaal ook nog voorbij. Saartje en Saartje. Over een jaar of 10 zullen ze samen over straat lopen. Ze zullen opvallen en mensen zullen hun nek verdraaien als ze deze twee dames voorbij zien komen. Gaan jullie maar een keer samen op reis, meisjes. En tijdens jullie gesprekken met “heb jij dat ook?”, zullen jullie erachter komen dat het niet normaal is om bijzonder te zijn! Ik kijk naar boven. En daar vliegt ie weer! Die Haagse ooievaar! Hee, zeg ik! En hij kijkt naar beneden en roept: “Ik zei het toch!?”

#14 De moeilijke woorden quiz

Nog een paar dagen en dan is het zover. Dan is Saartje weer bij papa. Kleertjes klaar. Speelgoed klaar. Sprookjes die we nog niet gelezen hebben liggen bovenop. Maar behalve leuke dingen doen, worden het uiteraard ook educatieve dagen met papa! Nou ben ik altijd een beetje een plaaggeest geweest. Ook al is mij niets liever in het leven, dan mijn kleine hummeltje, ik kan het niet laten om haar af en toe een beetje te pesten. Of misschien moet ik zeggen: uitdagen. 

De onzichtbare showmaster, die Saartje de moeilijkste dingen laat zeggenWat is er nou leuker, dan kindjes die net beginnen met praten en volledig eigen woorden of interpretaties maken? Hoe gekker of fouter ze het uitspreken, des te leuker het is. Dus ik heb iets bedacht om dat een beetje uit te lokken. Iets wat op mijn eigen Facebook pagina inmiddels is uitgegroeid tot een grote hit. ‘De Moeilijke Worden Quiz’! Daar ben ik de onzichtbare showmaster, die Saartje de moeilijkste dingen laat zeggen en dan het liefst met woorden, waar ik zelf nog over zou kunnen struikelen. Het is een ritueel geworden voor ons en we hebben intussen wekelijks terugkerende kijkers! Het begint met een makkelijk woordje – om een beetje los te komen – dan komen de middel-moeilijke woorden, waar ik al extra ‘streng’ ben. We sluiten altijd af met het moeilijkste woord der woorden, bestaande uit 4 woorden te weten: ‘contraroterende schroefpropeller.’ En dit allemaal met een grote roze K3 microfoon. Helaas kan ze het inmiddels uitspreken. Maar wat hebben we een lol samen en zeker omdat ze zo’n enorme overtuiging had, dat: ‘contrra etador’ wel de juiste uitspraak was! Overtuiging heeft ze in alles. Maar vooral in lief zijn. Saar is altijd klaar voor de quizen, voor de camera ‘wat doen’. Of het nou een liedje zingen is, een dansje of een kostuum aantrekken en een personage spelen. Ze is een actrice in de dop en ik ben zo trots en blij dat ik daar een beetje aan kan bijdragen en dat ik dat allemaal mag zien ontstaan! Ik kan niets anders, dan haar het inzicht meegeven, dat het allemaal gaat om de kleine dingetjes, om het genieten en lol maken. Lieve Saar, misschien is het straks lastig om ‘even te pinnen’ of een bordje uit het keukenkastje halenUitdagingen zijn er om aan te gaan en om zoveel mogelijk moeilijke dingen met humor te benaderen. Aan humor ontbreekt het haar gelukkig niet. Evenals uitdagingen. Die staan haar genoeg te wachten. Lieve Saar, misschien is het straks lastig om ‘even te pinnen’ of een bordje uit het keukenkastje halen. Doe alles, probeer alles. En alles wat niet lukt, is weer een poging van moed en een teken van niet falen. Je bent nu al tot zoveel in staat en ik kan niet wachten tot het moment dat ik van jou kan leren. Inspireren doe je me nu al. Van je lengte moet je het niet hebben. Net als je vader het niet van zijn postuur moet hebben. Ik ben ervan overtuigt dat jij in heel veel dingen goed bent en gaat zijn. Maar eerst daag ik je uit, om snel met mij foutloos door de moeilijke woorden quiz heen te komen, tegen die tijd ben jij degene die de microfoon vasthoudt en mij aan het plagen bent. Kom maar op!

#15 Stapje voor stapje

Als Saar weer bij haar moeder is, dan neem ik altijd even een moment voor mezelf. Vandaag merk ik aan mezelf dat het anders voelt dan andere keren. Normaal neem ik dan de afgelopen dagen even door in m’n hoofd en bedenk ik me wat ik beter kan, of wat er nou allemaal zo snel of zo goed gaat met haar. Maar ik heb ook een eigen bedrijf en dat staat stil als ik papa ben. Ook al heb ik haar meestal maar een dag of vier, ik ben totaal gesloopt na deze dagen. Natuurlijk stop ik graag en vol overgave al mijn energie in dit lieve meisje. Maar je kan je geen seconde omdraaien, de focus ligt de hele dag bij haar. Sliep ze nog maar een uurtje in de middag, dan deed ik met alle plezier mee. Maar het is de fase nu, ze barst van de energie en papa niet altijd! Ze gaat nog niet naar school en bij mij heeft ze niet heel veel vriendinnetjes van haar eigen leeftijd, de meesten zitten gewoon al op school. Nou is entertainen mijn vak en nee het is absoluut geen straf om haar de hele dag bezig te houden. Vader zijn gaat volgens mij nooit vervelen. Het bestaat uit fases en iedere nieuwe fase is een nieuw begin. De nieuwigheid gaat er nooit van af. Voor mij is iedere keer als ik tijd met haar doorbreng een nieuw avontuur, waar we saampjes nieuwe ontdekkingen doen. Deze keer noemde ze uit het niets, de getallen van de digitale klok en mijn mond valt open van verbazing. Ik kan allen maar denken: hoe dan? 

Maar deze keer, tijdens onze tijd samen, leer ik ook weer zoveel, van haar en van wat het mij doet. Ik staar voor me uit en bedenk me hoe belangrijk het is om je kind te motiveren en te stimuleren om al die kleine dingen van het leven te leren. Ik voel dat ze tegen me opkijkt, zoals ik dat deed naar m’n eigen vader. Ik ben nog steeds niet gewend aan deze rolovergang. Ik merk dat ik me nog zo vaak zelf nog een kind voel die van alles moet leren. Maar vandaag niet. Vandaag was ik papa en leerde ik dat zelfs ik kwetsbaar mag zijn waar zij bij is. Een moment van verdriet overkwam mij, toen we samen op de bank zaten. ’Ben je verdrietig?’ Vroeg Saar. ‘Ja, zei ik.’ ‘Hoeft niet verdrietig te zijn hoor, papa’ Is alles wat ze zei. En zonder aarzeling veegde ze de tranen van mijn wangen. Ze draaide zich weer om en keek weer verder naar de gelaarsde kat, alsof er niks gebeurd was. Mijn mond viel nog verder open van verbazing. En ik denk aan wat me nog allemaal te wachten staat, als dit schepseltje straks een jaartje ouder is en alle dingen waar ze dan allemaal toe in staat is. Hand in hand, lopen we over het strand en elke zin begint met ‘Weet je nog?’ Ik kijk nu al uit, naar de herinneringen die we allemaal gaan delen. Want ik zal elk stapje wat ze zet, nooit vergeten.

#16 Doornroosje, brief #1

Lieve Saartje,

Het leven gaat over rozen, al lijkt dat soms van niet. Soms dan zul je uitglijden over de stam en moet je over doornen en scherpe punten heen klimmen. Soms zit er een stoute spin verstopt, onder de blaadjes. Die zijn eng en stom. Maar soms, dan komt er een lieveheersbeestje op je pad. Die je aan het lachen maakt en de reis een vrolijke. En uiteindelijk kom je aan bij die prachtige rozenbladeren en kun je eindelijk neerploffen in die lekker ruikende bloem. Er breekt een dag aan, dat het begint te regenen. Of de blaadjes niet meer zo fijn ruiken als eerst. Er komt een dag, dat alles niet meer is zoals het was, of zoals je zou willen. Zelfs dan gaat het leven nog over rozen. En ookal kan ik niet altijd aanwezig zijn, ik ben altijd bij jou. Ook papa heeft vele rozen beklommen en is heel wat stoute spinnen tegengekomen. Ook ik heb momenten, dat ik het niet meer weet of waar ik goed aan doe. Maar papa is ook heel veel lieveheersbeestjes tegengekomen! En zo zit het leven vol leuke en minder leuke verrassingen. Het enige dat je kunt doen, is de dag omarmen. De dag zoals ‘ie is en zoals ‘ie komt. Je erbij neerleggen dat, ook vandaag niet gebeurde wat je wilde. Of juist wel, maar het moment je daarna weer is afgepakt.Of juist door het slechte nieuws, realiseer je je dat je alles wat je nodig hebt, allang had. Het is nooit goed en het is altijd goed. Het heelal ontvouwt zich, zoals het zich ontvouwt en zo is het goed. Iedere keer dat je tegen de lamp loopt, neem je een stukje licht mee. Het leven bestaat slechts uit momenten. En zonder de minder leuke momenten, zou je nooit kunnen genieten van de mooie! Er is uiteindelijk maar heel weinig nodig om je gelukkig te voelen en het zit allemaal in jou. Je hebt alles mee om dat te kunnen ervaren. En als je echt niets kan bedenken, dan kun je nog altijd wat verzinnen. Iedere dag dat ik je niet bij mij heb, mis ik je en denk ik aan je. En kijk ik weer uit naar je te zien. Ik kijk zo uit naar de avonturen die we saampjes gaan beleven. En dat ik je kan troosten, als het moet. Er voor je kan zijn en je aan het lachen maak. In mijn hoofd ben jij mijn bed van rozen, die nooit verwelkt of verdort. En in mijn hart ben jij het lieveheersbeestje dat ik ben tegengekomen onderweg. Dat mijn leven zo leuk, rijk en gezellig maakt. Nu is jouw rozendoorn, dat je moet leren poepen op een potje. En volgend jaar dat je het alfabet uit je hoofd moet leren. Maar ik beloof dat als ik je gauw weer naar je bedje breng, ik je zal voorlezen en zal trakteren op het sprookje van Doornroosje. En dan zul je merken, komt alles uiteindelijk goed.

#17 Pestkoppen, brief #2

Lieve Saartje,

Een paar dagen geleden, kreeg ik een berichtje dat je in een week tijd voor 90% zindelijk bent geworden. Ik kan je niet uitleggen hoe trots ik op je ben! Je vond het zo eng, je begreep het allemaal niet echt en begreep vooral niet waarom. Waarom zou je op een gevaarlijk gat gaan zitten, terwijl je het nu zo makkelijk in een soort kussentje met klittenband kan doen? Maar nu heb je het door en wordt je echt een mensje, die leert dat sommige dingen moeten in het leven. Ach, voordat je het weet, is het de normaalste zaak van de wereld. Maar ondanks dat het een mijlpaal voor jou is, mag ik namens alle ouders spreken: die luiers zijn wel een dingetje… en papa is ongelooflijk blij dat ie er nu eindelijk een beetje van af is! Hoe minder slabbetjes, rompertjes, maxicosi’s en kinderwagens, hoe prettiger alles wordt. Wat verheug ik me op alles wat komen gaat, straks. Je eerste echte tekening, je eerste woordjes op papier. En wat zal ‘t nu allemaal snel gaan als je eenmaal op school zit. Ik zie je helemaal voor me. Op je stoeltje, speciaal voor jou op maat gemaakt, zodat je gewoon fijn naar het bord kan kijken. En weet je, het maakt mij niks uit of je straks een ‘goeie leerling’ bent of niet. Als je maar lief bent voor je vriendjes en vriendinnetjes, jezelf wapent tegen woordjes van andere kinderen. Kinderen zijn soms erg direct en ‘hard’. Dat was papa vroeger ook. Mijn tante Ineke schreef vaak zinnetjes op, die haar neefjes en nichtjes zeiden, die de moeite waard waren om te onthouden. Zo zat ik ooit voorop de fiets bij haar, toen ik nog klein was. Ik riep heel hard: ‘Kijk eens, wat een dikke meneer!’ Ik kan me zomaar voorstellen dat die corpulente meneer mij dat niet echt in dank heeft afgenomen, misschien mij zelfs vervloekt heeft en mij een groot lijf gewenst heeft! En zo zal jij vaker gaan horen, dat je klein bent. Je moet maar zo denken, met hun ogen is niets mis… maar zij kunnen van buiten nooit zien, hoe groot jouw talent, jouw gevoel voor humor, jouw hartje en uiteindelijk hoe groots jouw charisma is. Dat zien ze niet. En dat is zielig voor hen. Ze kunnen aan jou natuurlijk ook niet zien, hoe groot je vader is! Hoe klein je ook bent, sta er altijd boven. Pestkoppen, zijn lager dan de stoep, lieve schat. En help ze maar een beetje op weg, dat jij hele andere talenten hebt dan hoog van de toren blazen. Voor mij ben je de wereld. En nu ga ik toch ‘Kleine jongen’ van André Hazes ga citeren… Hij heeft wel gelijk! ‘Maak de mensen blij, dan zul je echt gelukkig zijn’… en jij maakt mij altijd blij. En ooit zal ik terugverlangen naar die tijd met luiers en rompers. Dat was de tijd dat je alleen nog lief kon kijken en ik in jou al een vrouw zag die het leven nu al mooier maakte dan ‘t al was.

#18 Een ‘gewone’ dag

En wéér wordt ik overweldigd, door dat kleine meisje die op me afrent en overenthousiast in mijn armen springt. ‘Papa, ik kom bij jou logeren!’ ‘Wat gezellig, mijn kleine liefde!’ We gaan aan tafel zitten en ik geef haar een opwindbare ballerina cadeau. De 4+ op de verpakking had me overgehaald haar aan te schaffen en danst vanaf nu vrolijk bij ons. Ik schuif aan achter de oude piano van mij vader. Het instrument herinnert me eraan hoe hij er op speelde. Dat hij er was. Hoe zijn vingers over de toetsen swingde, als hij blij was, of verdrietig. Hij deelde zijn ziel met dit instrument van hout en ivoor. Hij kweelde wat half zuivere noten en keek me dan lachend aan. Het waren dat soort zaterdagochtenden, die me doen verlangen naar een Haags vroegâh, met jazz en croissantjes. Onbetaalbare momenten, verstopt ergens achterin mijn hoofd en hart. En nu zit ik er achter. Die piano. Ik weet niet of ik er blij, trots, emotioneel of verdrietig en depressief van moet worden. Moet ik mezelf dan prijzen, dat deze piano, die zoveel voor me betekent, via omwegen van liefde en verdriet, voor mijn neus belande. Ik kan er een vrolijk deuntje uit krijgen, maar mijn handen twijfelen en zoeken de mineur op. Geef ik er aan toe? Of moet ik mezelf toespreken en motiveren sterk te zijn en die glimlach oproepen. Een glimlach bedekt met tranen. Is dat wel echt een lach? Het is niet aan ons om te kiezen voor fijn of pijn. Het overkomt ons allemaal. Het maakt de mens een mens. Ik geloof dat ik het meest gelukkig ben, als ik zo min mogelijk hoef te strijden en me er maar gewoon bij neerleg. Saar zit naast me en slaat vrolijk en nietsvermoedend op de toetsen rechts van mij. Ik schrik wakker uit gedachten. Zal zij ooit aanschuiven achter dit zwarte meubel en denken aan dit moment? Zal zij mijn handen voor zich zien, zoals ik die van mijn vader nu voor mij zie? En ik bedenk me opeens hoe gek het eigenlijk is, dat je iets meemaakt als kind en het op dat moment als normaal beschouwd. Een gewoon dagelijks moment, met je vader. Op een dag zal zij terugdenken aan een van onze momenten samen, zoals ik nu stilsta bij een gewone dag van toen. Zo gewoon blijkt dat nu helemaal niet meer te zijn. Het is vandaag, die -díé dag toen zo bijzonder maakt en ik hier nu met Saar. Over tot de orde van de dag. ‘Papa sneppuhtjet make?’ Ja, schatje! Goed idee. Even later poseren we voor de camera op selfiestand en zitten we daar met konijnenoren en hondensnuiten op ons gezicht. We lachen naar elkaar. En dan is het bijna bedtijd. In de zomermaanden grazen schaapjes rond de kerk, voor onze deur. We lopen er heen en zet Saar op het muurtje. We turen naar bewandelende witte wol. Ik zie voor me hoe moeder en lammetje zitten te snapchatten met mensenneuzen en wenkbrauwen op hun wollige gezicht. Slaap lekker schaapjes! Mhééé! Wat een rijkdom, al die ‘gewone dingen.’

#19 Strontvervelend

Strontvervelend

Ik loop de trap af met een pakje drinken voor Saar en ik bedenk me altijd, als ik haar even alleen voor de televisie laat, of dat wel goed gaat? Ik moet toch af en toe wat kunnen pakken uit een andere kamer, zonder me zorgen te hoeven maken? En toch doe ik het.  Altijd. ‘Er ligt toch geen schaar op tafel? Of een eng schoonmaakmiddel?’ Ik kom de kamer in gelopen en ik zie dat koppie mijn kant opdraaien. Met ‘droopie’ oogjes kijkt ze me aan en zie in mijn ooghoek alle tissues uit het doosje. Door heel de kamer. Ze weet dondersgoed dat dit niet mag. Enerzijds ben ik opgelucht dat de kamer niet vol ligt met ledematen. Anderzijds ben ik ook boos! Ik heb het zo vaak gezegd; ‘Één tissue is genoeg, Saar!’ Haar gezicht en vingers zitten nog onder de hagelslag. ‘Nu is het genoeg!’ Ik vind het zo moeilijk om streng te zijn voor haar en heb ook altijd spijt. Maar ik weet dat het goed is om consequent te zijn en grenzen aan te geven. Maar soms.. Mijn hemel, wat is dat meisje strontvervelend af en toe! Ik kan me niet omdraaien, of ze klimt op een stoel om over de balkonrand te kunnen kijken. Ik grijp haar en zet haar stevig op de bank. Ik ga op mijn knieën zitten, pak haar gezichtje en zet mijn strenge stem op. En ik vraag: ‘Waarom doe je dat?’ Wat een stomme vraag.. ‘Ik weet het niet..’ zegt ze. Natuurlijk weet ze het niet! En jij moet nu uitleggen waarom. Ik herstel en kalmeer. Ik leg uit waarom het niet nodig, handig, onverstandig is om over de balkonrand op 3 hoog te kijken. Ik zal het nog wel 20 keer moeten herhalen. En ik voel me rot, als ze begint te snikken. Ze is geschrokken van mijn optreden en ze heeft geen idee waarom. 

Ach, het is ook een beetje payback-time. Wat mijn moeder wel allemaal niet met mij en mijn broer te stellen heeft gehad?! Ik was ongelooflijk druk en energiek. Ik zie die fase nu bij Saar komen. Ik ben blij dat ik 4 á 5 keer per week naar de sportschool ga, want je moet echt fit zijn voor dit ge-ren en gecorrigeer. Dat opvoeden zit eigenlijk maar vol mixed emotions. Je moet echt een rol aannemen, om dit goed te doen. Als kind vond ik zelf strenge ouders eigenlijk maar stom, maar volgens mij zijn die kids er allemaal wel goed vanaf gekomen. Een beetje discipline kan geen kwaad. Ergens is het toch wonderlijk, hoe deze kopieermachine zich ontwikkeld. Ik zie mezelf steeds meer terug in haar. Maar dan een meisje, met blond haar. Wat is ze toch knap. Nog een paar jaar, Saar. Dan weet je het allemaal. Dan hoef ik je niet meer uit te leggen wat gevaar is, of onverstandig. En hopelijk neem je speels de lessen op van je gekke vader en denk je ooit, wat wat dat opgroeien toch leuk!

#20 Ik kan nog wat van jou leren

Een skelet op links. Graf Dracula voor ons. Een touwtje langs je nek, je schrikt! Een licht knippert en het karretje gaat de bocht om. Eigenlijk vind ik je best jong voor het spookhuis. En toch neem ik je mee. Om te laten zien dat er echt niks gebeurd. Papa beschermt jou wel. Zelfs de spinnenwebben zijn nep, maak je geen zorgen, Saartje. Ze moesten ons eens zien in dit karretje. Ik pas er nauwelijks in en jij komt er maar net bovenuit. Wat een duo. Op naar de boerderij. Nog een keer. Een druk op de knop en het varkentje begint te zingen. En de kat. En natuurlijk de boer met zijn banjo. Vierde keer nu. Saar ik ben jaloers op je. Zoals je geen last hebt van in de rij te staan wachten. Jouw focus is op de leuke dingen. Terwijl ik soms sta te zuchten en verbaasd om me heen kijk, hoe erg die mevrouw voor ons stinkt en die meneer met een sigaret in zijn mond een pony opstapt met zijn kindje. Jij ziet het niet. Jouw enige zorg vandaag is dat je de botsauto’s echt nog niet in mag en papa gaat echt niet in dat piratenschip. De ballonnenshow is afgelopen. We zijn te laat. Je houdt m’n hand vast en kijkt sip naar boven. Een jongetje komt op ons afgelopen! ‘Hee, jij bent toch Saar?’ Vraagt ie met een ballonenzwaard aan haar. ‘Hier, wil jij em hebben? Ik heb er toch nog een’ Ik ken je toch van facebook? Ik kan m’n lach niet bedwingen. Saartje is nog veel bekender dan ik. En terecht. Na wat vogels weg te hebben gejaagd met je nieuwe oranje zwaard, lopen we richting de monorail. Zucht altijd zo’n lange rij, de trap op. Maar ik zet jou voor me neer en ik sta twee treden onder jou. Ik bekijk je en bewonder je. Wat is het toch fijn om jou te zien genieten. En de rij is al voorbij. We stappen in. En ik probeer me in jou te verplaatsen. Best leuk naar zo’n pretpark met je vader, bedacht ik me. Mijn vader had een hekel aan pretparken en kermissen. Maar hij heeft toch echt een blij koppie gemist. Maar ik moet zeggen dat de attracties mij ook nu niet meer aantrekken. Ineens lijken ze gevaarlijk. Maar Saar zit in een andere wereld. Ik kan wat van je leren, denk ik. Wanneer ben ik het kind in mij verloren dan? Of is ie er nog? Misschien moet ik me er gewoon wat meer voor open stellen. Ok, misschien ga ik volgende keer mee in die draaiende theekoppen. Na anderhalf uur hebben we het wel gezien en Saartje is moe. Ik til haar op. Oh, wacht. Ze ziet nog iets. Goed, nog een dan.En ineens blijkt ezeltje strekje de leukste attractie te zijn. Je stop 20ct in een gleuf en dan gaat zijn staart omhoog en komt er een chocolade munt uit z’n reet. En daar kwamen we dan pas op het einde achter. Volgende keer, beginnen we hier, Saartje. Ezeltje strekje. Ik had het nooit verwacht, maar ik heb inmiddels echt een seizoenspas van Drievliet.

#21 Saar gaat naar school

Lieve Saar,

Ik zie je voor me. Je staat op de stoep, met je kleine rugtas, die bij jou zo groot lijkt. Je neemt grote stappen en kijkt nog even achterom. Je zwaait. Dag papa! En daar ga je door grote deuren naar je nieuwe leven. Aanstaande maandag is het zover. Het leek nog zover weg voor m’n gevoel. Je gaat nu gewoon écht naar school. Misschien komt het omdat ik je niet altijd bij me heb, of omdat je  wat kleiner bent dan de rest. Maar je bent voor mijn gevoel nog zo jong, zo klein. Al kun je nu al zoveel en weet ik zeker dat je op sommige gebieden, voor loopt op andere kindjes. Hoe zul jij je eerste dag ervaren? Ben je er wel echt klaar voor? Zul je makkelijk blenden met de rest? Zal je opvallen? Door je verschijning. Of door je gedrag? Misschien ga je mij wel missen, of denk je helemaal niet aan mij. Wie weet ontmoet je vandaag wel je beste vriendinnetje! Met welke verhalen zul je thuis komen? Ik denk dat je het heel erg naar je zin zult hebben. Op je nieuwe school kun jij je ei kwijt. Krijg je de aandacht die je nodig hebt. Elke dag kindjes om je heen, waar je mee kunt ravotten, sparren en spelen. Een juf, die je leert mooi te knippen en te schrijven. Kennen de rest van de kindjes ook het halve alfabet al? Of loop jij een beetje voor? Het doet er niet toe, maar ik ben gewoon benieuwd. Ik wil dat het goed met je gaat, dat je gelukkig bent. Maar ik kan hier niet bij zijn. Jij moet dit doen. Alleen. Jij moet je eigen vriendjes maken. Je weg vinden in dit leven. Ik kan jouw lievelingskleur niet voor je uitkiezen, ik kan je mijn voorkeur voor sommige keuzes niet meegeven. Vanaf hier is het aan jou, mijn lieve schat. Als je maar weet, dat om drie uur ’s middags de bel gaat. Dat mijn deur en armen altijd open staan om je op te vangen, om te kletsen, te knuffelen of te luisteren. Ik ben altijd bij jou. Het staat hier, zwart op wit. Niet altijd fysiek. Maar dan doe je maar alsof. Papa fluistert in je oor. Je bent nooit alleen. Ik hoop dat je geniet van alles wat op je pad komt. De zorgen en de minder leuke dingen, de cijfers en feiten komen later wel. Ach, wat maak ik me toch druk. Om wat? Jij redt je wel. Twee brieven en een kaart heb ik nog van mijn vader. In een van zijn brieven schrijft hij naar het einde toe: “Lieve Steeph, ik hou van je. En ik ben niet de enige.” Al was hij er toen nog wel. Toch schreef hij het. En hebben die woorden mij gerustgesteld, ook toen hij er op een gegeven moment niet meer was. Voor jou geldt hetzelfde; Saar, ik hou van je. En ik ben zeker niet de enige! En ik ben van plan nog heel lang van jou te genieten!